Logo Logo

Een rijke historie

Voor veel Amsterdammers is Zeeburgereiland lange tijd een een zandvlakte met daarop drie silo’s geweest. Toch heeft dit deel van Oost een avontuurlijk verleden. Zeeburgereiland was de kleurrijke rafelrand van de stad. Hier was de befaamde hippiecamping van Jan Kamp. En hier vind je nog steeds een verzameling bedrijfjes en clubs (langs het kanaal) waar de 'laatste vrije kunstenaars' werken.

Zeeburgereiland heette tot 1990 Eiland Zeeburg. Het was vroeger een goed herkenbaar driehoekig schiereiland in het IJ, omgeven door dijken.

Aan de stadskant was dat de dijk langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Die is aangelegd aan het einde van de 19de eeuw. Aan de noordkant – langs het IJ – werd in dezelfde periode een ruim vier kilometer lange leidam aangelegd. Die was nodig om de stroomgeul naar de nieuwe Oranjesluizen te versmallen en daardoor tegen dichtslibben te beschermen. En daarna was het heel eenvoudig om die leidam te verbinden met de oude Diemerzeedijk. Het deel van de leidam dat verder doorliep in de Zuiderzee werd de huidige strekdam voor IJburg.

Zo ontstond een driehoekig bassin, waarin het opgebaggerde slib uit onder meer de Amsterdamse havens werd gestort. Op een oude kaart uit 1907 is de 'verse polder' nog duidelijk herkenbaar: tussen de dijken was vooral veel water, alleen aan de zijde van de stad lag toen een reepje land.

Bunkers, munitieopslag en afweergeschut

Rond 1910 kwamen de militairen. Eerst werd er een oefenterrein aangelegd en in 1916 was de grond kennelijk zo stevig geworden dat het een militair vliegveld kon dragen: het Marinevliegkamp Schellingwoude. Dat bestond uit een hangar en een hellingbaan voor watervliegtuigen. In 1940 werd het terrein door de Duitsers overgenomen en uitgebouwd tot een basis voor de Luftwaffe, met bunkers, munitieopslagplaatsen en afweergeschut. Dat was het begin van een angstige periode, vooral voor de bewoners van de tegenoverliggende dorpen Durgerdam en Schellingwoude. Ging er geen luchtalarm af, dan werden ze wel uit hun slaap gehouden door luchtafweer en vliegtuigen van de geallieerden. Hoewel die menig bombardement op het Zeeburgereiland uitvoerden, is er slechts één door de Duitsers neergehaald.

Kleurrijke rafelrand

Na de oorlog heeft de basis nog een tijdje dienstgedaan als Kamp Zeeburg. In 1966 zou er door dienstplichtigen zijn geoefend met traangas, ter voorbereiding op het huwelijk van Beatrix en Claus. Kort daarna nam de Rioolwaterzuivering Oost het stokje over. Van de militaire gebouwen zijn – in de zuidwesthoek – nog een aantal Duitse bunkers overgebleven. In 1957 was Zeeburgereiland door de bouw van de Amsterdamsebrug en de Schellingwouderbrug goed bereikbaar geworden. Daardoor kwam de weg vrij voor allerlei werkplaatsen, bedrijven, clubs en activiteiten, die – volgens een artikel in Ons Amsterdam–'elders niet welkom waren'. Zo kreeg Amsterdam aan deze kant een kleurrijke rafelrand die elke grote stad nodig heeft. Met name langs het Amsterdam-Rijnkanaal ten zuiden van de IJburglaan, valt nog altijd de nodige activiteit te bespeuren.

Schrootsculpturen

Onder de bomen naast de Amsterdamsebrug ontstond in die periode ook een soort kunstenaarskolonie. Vooral Theo Niermeijer trok er tot zijn dood in 2005 veel aandacht met zijn enorme schrootsculpturen. Een aantal daarvan staat er nog steeds. Rondom zijn loods werkt een tiental kunstbroeders, sommigen in kleurige woonwagens. Hier is de hippietijd uit de jaren zeventig nog altijd zeer actueel. Borden met teksten als 'Museum Zeeburg' en 'One Peaceful World' kleuren de plek.

Voor de beste ervaring maakt deze website gebruik van cookies. Wat betekent dit voor jou?